WONEN IN ITALIË – Zomerse sferen

Donderdagmorgen: een onrustige nacht achter de rug. De poes lag snurkend op een stoel en ik voelde me alles behave fit. Woensdagavond vlak na negenen brak dan eindelijk het lang verwachte onweer los. Het bleef urenlang bliksemen en donderen.

Ik wist dat mijn poes Pino angstig is als het onweert, maar zoals woensdagnacht heb ik hem nog niet eerder meegemaakt. Jammerend en piepend liep hij door het huis.

Ik had alle deuren open gelaten zodat hij zelf een schuilplaats kon zoeken. Als versteend zat hij een tijdje bewegingloos in de gang boven, luisterend naar de onheilspellende geluiden.

Het klinkt misschien gek, maar hij deed me op dat moment aan m'n moeder denken, die zich 's nachts tijdens onweer ook altijd schuil hield onder de trap of ergens anders waar ze de bliksems niet kon zien, meestal samen met hond Tobias.

Op zeker moment kon ik Pino nergens meer vinden. Wilde wel eens een keer naar bed. Bij het openslaan van mijn dekbed kwam Pino opeens te voorschijn, hij was eronder weggekropen.

Ik liet hem liggen en probeerde in slaap te komen, maar dat lukte niet. Na een tijdje, toen het stil geworden was buiten, pakte ik hem bij zijn lurfjes en bracht hem naar de keuken. Ik zette hem in een stoel neer, maar hij ging meteen naar buiten...

Gistermorgen, na het onweer, was alles heerlijk opgefrist. Ik besloot lopend naar mijn koffie-visite in buurtschap Valle te gaan. Al het groen geurde en als bonus sprong er op zeker moment een jong hert uit het struikgewas en stak pal voor m'n neus de weg over.

Ik ging naar een vrouw die ik graag mag, en die deze week tachtig was geworden. Ik had op haar verjaardag als verrassing bloemen bij haar voor de deur gezet, toen ze er even niet was.

Woensdag kwam ze bij me aan om te vragen of ik koffie bij haar kwam drinken en taart kwam eten. Haar man is 87. Ze wonen in een boerderij en hebben nog vier koeien in de stal. "Dit zijn de laatsten", antwoordde hij op mijn vraag hoeveel koeien ze nog hadden. "Als ze dik genoeg zijn, verkopen we ze."

We aten taart terwijl er op de bank een moederpoes en drie jongen rondkrioelden. Bij het gebak hoorde Moscato, zoete wijn, daarna kwam pas de espresso. Ze hadden een zak vol pruimen voor me klaargezet met nog vier versgelegde eieren erin van hun kippen.

Als het enigszins kan, sterven de mensen hier in het harnas. Dit echtpaar ging tot voor kort nog samen dansen. De man klaagde nu dat hij last had van zijn benen en daarom niet meer kon dansen.

Zijn vrouw loopt al langer moeizaam, maar in haar Panda tuft ze de hele omgeving af. Ze wacht nu op een oproep voor het ziekenhuis. Na ik meen, een knie-operatie hoopt ze weer fitter te zijn.

"Kijk eens hoe groot onze tomaten zijn" wijst ze me trots aan buiten. Daar staat ook een perzikenboom helemaal vol vruchten. Haar man gaat met de buurman voor de deur zitten. In dit buurtschap wonen nog maar weinig mensen.

Maar zij die er nog wonen, kennen elkaar allemaal. Ze buurten met elkaar, wisselen groenten en fruit uit en genieten, als het werk in de stal en moestuin het toelaat, van de zon en van het boerenleven.

Tevreden kijkt Sergio de straat in. Hij kijkt uit op een hooischuur waarin het hooi al hoog ligt opgetast.

Voorlopig genieten we nog even van de zomer.

  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.